Premie 2025 pensioenregeling payrollkrachten

In het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs wordt een adequate pensioenregeling voor payrollkrachten voorgeschreven. Een payrollwerkgever kan op twee manieren aan dit voorschrift voldoen. Hij kan zijn payrollwerknemers onderbrengen bij de pensioenregeling van de opdrachtgever waar de payrollkrachten werkzaam zijn of een eigen adequate pensioenregeling aanbieden. Deze eigen adequate pensioenregeling moet aan enkele voorwaarden voldoen. Eén van deze voorwaarden is dat de collectieve werkgeverspremie ten minste gelijk is aan een normpremie, die wordt gebaseerd op de gemiddelde werkgeverspremie voor het basispensioen bij alle Nederlandse pensioenfondsen. Deze premie wordt jaarlijks geactualiseerd. Voor 2025 wordt een collectieve werkgeverspremie voorgeschreven van 15% van de pensioengrondslag.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | nr. 2024-0000671768, Staatscourant 2024, Nr. 34935 | 28-10-2024

Minimumloon per 1 januari 2025

De minister van SZW heeft het minimumuurloon per 1 januari 2025 vastgesteld op € 14,06. Het referentiemaandloon, dat wordt gebruikt voor het vaststellen van de hoogte van diverse uitkeringen, bedraagt per 1 januari 2025 bruto € 2.191,80.

Voor het minimum(jeugd)loon gelden de volgende bedragen:

Leeftijd

Staffeling

Per uur

 21 jaar en ouder

 100,0%

 € 14,06

 20 jaar

 80,0%

 € 11,25

 19 jaar

 60,0%

 € 8,44

 18 jaar

 50,0%

 € 7,03

 17 jaar

 39,5%

 € 5,55

 16 jaar

 34,5%

 € 4,85

 15 jaar

 30,0%

 € 4,22

Voor jongeren, die werken in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), gelden afwijkende bedragen voor bepaalde leeftijden, zie onderstaande tabel.

Leeftijd

Staffeling

Per uur

 20 jaar

 61,5%

 € 8,65

 19 jaar

 52,5%

 € 7,38

 18 jaar

 45,5%

 € 6,40

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | nr. 2024-0000675332 | 09-10-2024

Wetsvoorstel Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek

De staatssecretaris van SZW heeft het wetsvoorstel Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek ingediend. Het wetsvoorstel houdt in een wijziging van de Participatiewet en is bedoeld om alleenverdienershuishoudens met een laag inkomen, die door een ongunstige samenloop van regelingen minder toeslagen ontvangen dan een vergelijkbaar huishouden met alleen een bijstandsuitkering, financieel tegemoet te komen.

Alleenverdieners, die aan de voorwaarden voldoen, ontvangen een vast bedrag per jaar. De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van statistieken met betrekking tot de hoogte van de gemiste toeslagen. Het bedrag aan tegemoetkoming dat over een jaar wordt verstrekt, wordt voorafgaand aan het betreffende jaar vastgesteld. De tegemoetkoming kan ambtshalve worden toegekend. Het college van burgemeesters en wethouders ontvangt van de Belastingdienst een lijst met alleenverdieners, die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. Omdat het niet mogelijk is een volledige actuele lijst samen te stellen van rechthebbende huishoudens, kunnen huishoudens zelf een aanvraag indienen voor de vaste tegemoetkoming.

In aanmerking voor de tegemoetkoming komen mensen, die: 
a) een loongerelateerde uitkering of Wajong-uitkering ontvangen; 
b) samen met hun partner minder toeslagen ontvangen, dan ze zouden kunnen ontvangen als zij geen andere inkomsten zouden hebben dan de bijstandsuitkering; en 
c) in totaal minder netto-inkomen en toeslagen ontvangen dan inwoners die geen andere inkomsten ontvangen dan de bijstandsuitkering en de toeslagen die bij hun situatie passen.

De regeling geldt voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Naar verwachting wordt ingaande 2028 een gerichte uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner geherintroduceerd.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | wetsvoorstel | 17-09-2024